opschrift bovenzijde doek, links en rechts van kroon op middenas: EE / 8 / JAAR: initialen en leeftijd van borduurster
opschrift onder de kroon op de middenas: 18: combineert met de cijfers links en rechts onder vogels
opschrift onder vogel links en rechts: 13 en 18: In 1813 kwam prins Willem Frederik, zoon van stadhouder Willem V, terug uit Engeland en werd benoemd tot souverein vorst
In 1815 werd Willem Frederik gekroond tot koning Willem I
In 1868, het jaar waarin de doek tot stand kwam, is het vijfentwintig jaar geleden dat Willem overleden is
(Bron: Berthi Smith-Sanders)
opschrift onder tuinhekje van de Hollandse Tuin, in het centrum: IAAT
: Volgens Kaatje Eijgensteijn, de moeder van Elisabeth stelt het hek van de Hollandse Tuin het 'Wetboek van 1848' voor (de nieuwe grondwet). Mogelijk is het IAAT een verwijzing naar een wet van Thorbecke.
(Bron: Berthi Smith-Sanders)
opschrift aan de onderzijde van de doek, links rechts van middenas: CGE / FCE: Catharina Gerarda Eijgensteijn, moeder van borduurster
: Frederik Casper Evers, vader van borduurster
inv.nr. 7127 in depot
Trefwoorden
Met veel liefde voor merk- en stoplappen schreef Berthi Smith-Sanders het boek Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam (2013). Daarin beschrijft ze tien merk- en stoplappen uit één en dezelfde familie, op één doek na, de doek van Susanna Rondeau. De meeste doeken zijn vervaardigd in het Burgerweeshuis in Amsterdam, enkele kwamen tot stand in de huiselijke kring onder moeders vleugels. De doeken zijn, samen met de familieverhalen, generaties lang van moeder op dochter doorgegeven, totdat ze uiteindelijk op 9 november 1996 in een advertentie in Vrij Nederland te koop worden aangeboden. Mevrouw Sanders reageert. Korte tijd later is ze de eigenares. Haar echtgenoot Peter Smith duikt het Stadsarchief in en doet uitvoering onderzoek naar herkomst van de achtergrond van de borduursters. Dit resulteert in een prachtig naslagwerk. De merk- en stoplappen van Johanna Sikking (1784-1857), de dochter van haar zus Elisabeth (1773-183) Gerarda (Kaatje) Eijgensteijn (1822-1904) en Kaatjes kinderen Elisabeth (1860-1951) en Catharina Gerarda Evers (1863-1951) én van Susanna Rondeau komen tot leven. In 2021 doet mevrouw Sanders afstand van de doeken. De merk- en stoplappen gaan over in de collectie van het museum. Ze zijn, de doeken van de zusjes Evers uitgezonderd, weer thuis, op de plek waar ze ooit vervaardigd zijn.
Elisabeth Evers wordt op 20 februari 1860 geboren als dochter van de dienstbode Kaatje Eijgensteijn (1822-1935) en de vijf jaar jongere dove kachelsmid Frederik Casper Evers (1825-1895). Zij trouwen op 5 mei 1852. Hun eerste kind, zoon Frederik Casper wordt in 1853 geboren en wordt slechts één jaar oud. Daarna volgt een tweede zoon, die de naam van zijn overleden broertje krijgt. Dan krijgt Kaatje twee meisjes: Elisabeth (1860-1951), vernoemd naar haar grootmoeder en Catharina vernoemd naar haar moeder.
Elisabeth treedt in huwelijk met Simon Gerrit Derks. Zij krijgen twee dochters en twee zonen. Op 16 november 1936 wordt Elisabeth weduwe. Zus Catharina verlies haar man twee jaar later in 1938. De zussen gaan samenwonen en blijven tot hun dood in 1951 bij elkaar. Voor Elisabeth is dat op 30 augustus 1951, voor Catharina 12 februari 1951, allebei in Amsterdam
Hun moeder Kaatje heeft in het Burgerweeshuis een goede handwerkopleiding gekregen. Dat wil ze graag aan haar dochters doorgeven. Ze onderricht haar meisjes zelf. Elisabeth voltooit twee merklapjes, ééntje als ze acht jaar oud is en ééntje als negenjarige, én daarnaast nog een oefenstoplapje. Catharina was minder snel. Zij voltooit één merklapje als tienjarige. De doeken van de meisjes wijken in stijl en materiaal af van Burgerweeshuisdoeken.
Dit kleine doekje, dat Elisabeth in 1868 voltooit, lijkt op het eerste gezicht een vrolijk werkje in aansprekende kleuren. Een ster, een kroon, een naaikussentje, bloemen en vogels, met in het hart van de doek een leeuw op het hek van een omheind tuintje. Toch is dit doekje niet alleen gezellig, het is een herdenkingsdoekje, van een meisje uit een Oranjegezinde familie. Links van het tuintje staat een papegaai op een ondergrondje. De pootjes rood, zijn buikje wit, zijn bovenlijfje blauw. Het zijn de kleuren van de Nederlandse vlag upside down. Rechts borduurt ze een blauwe vogel met rode onderdanen. Onder de vogels staan twee jaartallen, 13 en 15. In 1813 werd prins Willem Frederik, zoon van stadhouder Willem II en net terug uit Engeland, benoemd tot soeverein vorst. In 1815 wordt hij gekroond tot Koning Willem I, de eerste koning der Nederlanden uit het huis Oranje-Nassau. In 1843 overlijdt hij, 25 jaar voor de voltooiing van dit doekje. De leeuw op het hekje verbeeldt de Nederlandse leeuw in de Hollandse tuin, een symbool voor de vrijheid die veroverd werd op de katholieke Filips II van Spanje. Kaatje Eijgensteijn leert haar dochters dat het hek van de Hollandse Tuin het “wetboek van 1848”, de nieuwe grondwet voorstelt.
Literatuur: Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam, Berthi Smith-Sanders, 2013
(Suzette van 't Hof)