opschrift in linker- en rechterhoek doek: 18 / 74: jaar voltooiing doek
opschrift in achthoekige ster, op middenas: FCE / CGE: FCE: Frederic Casper Evers, vader van borduurster
CGE: Catharina Gerarda Eijgensteijn
opschrift onder de achthoekige ster: eerste regel: C GEVERS
tweede regel, uitgevuld: OUD 18 IAAR: naam en leeftijd van borduurster
opschrift links van naam borduurster, onder takje in bloei: FCE: Frederic Casper Evers, broer van borduurster
opschrift links en rechts van vaas met anjers op middenas: CCB / SB: CCB: Coenraad Cornelis Brand, kennis van borduurster
SB: Susanna Box, kennis van borduurster
opschrift in twaalfpuntige ster, rechts van vaas met anjers: EE: borduurster
inv.nr. 7130 in depot
Trefwoorden
Met veel liefde voor merk- en stoplappen schreef Berthi Smith-Sanders het boek Merk- en Met veel liefde voor merk- en stoplappen schreef Berthi Smith-Sanders het boek Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam (2013). Daarin beschrijft ze tien merk- en stoplappen uit één en dezelfde familie, op één doek na, de doek van Susanna Rondeau. De meeste doeken zijn vervaardigd in het Burgerweeshuis in Amsterdam, enkele kwamen tot stand in de huiselijke kring onder moeders vleugels. De doeken zijn, samen met de familieverhalen, generaties lang van moeder op dochter doorgegeven, totdat ze uiteindelijk op 9 november 1996 in een advertentie in Vrij Nederland te koop worden aangeboden. Mevrouw Sanders reageert. Korte tijd later is ze de eigenares. Haar echtgenoot Peter Smith duikt het Stadsarchief in en doet uitvoering onderzoek naar herkomst van de achtergrond van de borduursters. Dit resulteert in een prachtig naslagwerk. De merk- en stoplappen van Johanna Sikking (1784-1857), de dochter van haar zus Elisabeth (1773-183) Gerarda (Kaatje) Eijgensteijn (1822-1904) en Kaatjes kinderen Elisabeth (1860-1951) en Catharina Gerarda Evers (1863-1951) én van Susanna Rondeau komen tot leven. In 2021 doet mevrouw Sanders afstand van de doeken. De merk- en stoplappen gaan over in de collectie van het museum. Ze zijn, de doeken van de zusjes Evers uitgezonderd, weer thuis, op de plek waar ze ooit vervaardigd zijn.
Catharina Gerarda Evers wordt op 7 april 1863 in Amsterdam geboren als dochter van de dienstbode Kaatje Eijgensteijn (1822-1935) en de vijf jaar jongere dove kachelsmid Frederik Casper Evers (1825-1895). Zij trouwen op 5 mei 1852. Hun eerste kind, zoon Frederik Casper wordt in 1853 geboren en wordt slechts een jaar oud. Daarna volgt een tweede zoon, die de naam van zijn overleden broertje krijgt. Dan krijgt Kaatje twee meisjes: Elisabeth (1860-1951), vernoemd naar haar grootmoeder en Catharina vernoemd naar haar moeder.
Catharina wordt naaister het Luthers Oudemannenhuis in Haarlem, waar ze Wijbrand Rus ontmoet. Op 16 juli 1925 treden ze in het huwelijk. Zij 62 jaar en hij 68 jaar oud. Op 20 augustus 1938 wordt Catharina weduwe. Zus Elisabeth heeft haar man dan al verloren. Hij overlijdt op 16 november 1936. De zussen gaan samenwonen en blijven tot hun dood in 1951 bij elkaar. Voor Catharina is dat 12 februari 1951 in Amsterdam; voor Elisabeth 30 augustus in datzelfde jaar.
Moeder Kaatje heeft in het Burgerweeshuis een goede handwerkopleiding gekregen. Dat wil ze graag aan haar dochters doorgeven. Ze onderricht haar meisjes zelf. Als tienjarige voltooit Catharina één borduurlapje. Haar oudere zus Elisabeth is een snellere leering. Zij voltooit er twee, ééntje als ze acht jaar oud is en ééntje als negenjarige én daarnaast ook nog een oefenstoplapje. De doeken van de meisjes wijken in stijl en materiaal af van Burgerweeshuisdoeken.
Deze doek lijkt in kleur en opzet op de Willem I-gedachtenisdoek van haar zus (inv.nr. 7127), alleen het formaat is wat groter. De doek meet 36,5 x 30 cm en is gevuld met tal van merklapmotieven. In het stermotief aan de bovenzijde van de middenas plaatst Catharina de initialen van haar ouders: FCE voor Frederic Casper Evers en CGE voor Catharina Gerarda Eijgensteijn. Daaronder borduurt ze haar naam CGEVERS en haar leeftijd, 10 jaar. Haar broer Frederic Casper Evers en Elisabeth Evers worden elders op de doek gememoreerd. Aan de bovenzijde, in de hoeken staat het jaar waarin Catharina deze doek heeft voltooid: 18 74. Ook dit werkje laat zien dat de familie Oranje gezind is. Links, op een grondje, staat de Nederlandse leeuw, die een lans of staf vasthoudt met daarop een zwart vrijheidshoedje met oranje lint.
Literatuur: Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam, Berthi Smith-Sanders, 2013
(Suzette van 't Hof)