vlg. Dordrecht (A. Mak), 23/24-5-1950, nr. 63; verz. S.A.C. van Brucken Fock-Picke, Aerdenhout, tot 1953; (in bruikleen aan) Gemeentemuseum Gouda, 1952; Legaat Theda von Brucken-Fock
Trefwoorden
39215
Caspar Netscher werkte als portretschilder in Den Haag. Als een van de eersten vertaalde Netscher de elegante portretstijl van Antonie van Dyck naar het kleine formaat van het kabinetstuk. Dit portret toont hem op zijn best. De man is naar links gedraaid met een doorkijk op de achtergrond.
Een opmerkelijk modeverschijnsel voor heren van stand in 18de eeuw: in je kamerjas de straat op. Luxe kamerjassen droeg men oorspronkelijk in huiselijke kring. Comfortabel en lekker warm in koude wintermaanden. De ’Japonse rok’ – een bepaald type huisjas – al dan niet gewatteerd, van kostbare materialen als sits, brokaat of zijden damast werd ’bon ton’ onder welgestelde heren.
De Japonse rokken zijn ontleend aan 17de-eeuwse Japanse kimono’s en Perzische jassen die Hollandse handelsdelegaties als geschenken meekregen. Rijke heren lieten zich graag in een exotische Japonse rok portretteren in hun studeerkamer. Het werkte statusverhogend. Oosterse kleding was exclusief en toonde dat je bereisd was en de wereld kende. Voor anderen was het duidelijk dat deze heren geen lichamelijke arbeid hoefden te verrichten. De dracht raakte zo ingeburgerd dat op het toppunt van deze mode, in de 18de eeuw, modieuze heren zich er ook buitenshuis en in de kerk mee vertoonden. Dominees spraken afkeurend over deze kleurrijke en luxe dracht in het Huis des Heren. Een buitenlandse bezoeker vreesde zelfs voor een besmettelijke ziekte toen hij tijdens een bezoek aan studentenstad Leiden veel jonge mannen op straat gekleed zag in de huisjassen.