De borduurster van deze doek, Joanna, wordt op 7 maart 1778 geboren in een roemrijk geslacht.
Haar vader is Stephanus de Clercq (1747-1819) een doopsgezinde poorter en medeoprichter van de firma P&S de Clercq, makelaars in granen op de Oostzee en de Voorlanden. Daarnaast is vader onder andere diaken in de schuilkerk Het Lam en de Toren en met tussenpozen tussen 1772-1797 regent van het aan ’t Lam verbonden weeshuis alsook regent van het voormalige Van Beeckshofje in de Jordaan. Stephanus is tevens honorair directeur van de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen en lid Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. De lijst lijkt oneindig. Joanna’s moeder is Maria Bosch (1752-1820). Zij is eveneens verbonden aan ‘t Lam, als diacones, als regent van het Oudevrouwenhuis en regentes van het Weeshuis. Joanna komt in een gespreid bedje terecht. Dat bedje staat de ene keer aan de Herengracht 94 in Amsterdam en dan weer in de buitenplaats Rupelmonde in Nieuwersluis, waar Stephanus de eigenaar van is. 1798, als ze twintig jaar oud is, treedt Joanna in het huwelijk met de bankier Walrave van Heukelom (1775-1853). Hij is, als vermogend man, eigenaar van de buitenplaats Leeuwenhooft in Heemstede. In 1801 verwelkomen ze een dochter Maria genaamd (1801-1866). Daarna volgen nog een dochter en een zoon. Joanna overlijdt op 30 oktober 1810 op tweeëndertigjarige leeftijd. Ze wordt net als haar ouders in de Noorderkerk in Amsterdam begraven. Twee jaar later hertrouwt Walrave met de weduwe Louise Victoire Gales (1774-1838), met wie hij nog twee dochters en drie zonen krijgt. Via de lijn van Joanna’s dochter Maria wordt haar doek doorgegeven aan volgende generaties waarna deze uiteindelijk in de collectie van het museum terechtkomt. In die collectie zijn ook de doeken van verre voorouder Maria Block (1620, KA 17267) en nazaat Maria Jansen (1908, KA 18097) opgenomen. Joanna voltooide haar borduurlap in 1792, mogelijk onder het toeziend oog van haar moeder, een handwerklerares of een gouvernante. Haar canvas, een katoenen doek met ingesponnen linneneffect in de stofdraad van 48 bij 46,5 cm, vult ze met zijden garen met tal van merklapmotieven, waaronder vazen vol bloemen, vogels en vlinders. Aan de bovenzijde dragen engelen een bloemenkrans met daarin haar initialen, daaronder is het Stadwapen van Amsterdam uitgewerkt. Opvallend is het grote huis aan de onderzijde. Het is een weergave van Joanna’s ouderlijk huis aan de Herengracht in Amsterdam. Dit huis werd tussen 1699 en 1820 door drie generaties De Clercq bewoond. Als Stephanus’ weduwe Maria Bosch 1820 overlijdt, gaat het huis in andere handen over.
(Suzette van 't Hof)