opschrift bovenzijde doek: AvdV / AW / GVDV / AV: AVDV: Antonie van der Vegt, grootvader van borduurster / Antonie, broer van borduurster / Anna zus van borduurster
overige namen onbekend
opschrift in de bloemenkrans, op middenas: JVDV / IS: Johannes van der Vegt, vader van borduurster
Johanna (Janna) Stroom, moeder van borduurster
opschrift links, onder en rechts van bloemenkrans: HVG / GVDZ / ACH: HVG: Van Goens, regent
GVDZ: Geertruij van der Zee, ondermatres van de grote linnenwinkel
ACH: Holst, regent (Roland-Holst)
opschrift links en rechts van jachtscène: MVG / MC / MVDS / MH: MVG: moeder Van Goens, geboren Willet, regentes (echtgenote van?)
MC: Moeder Coster, I. Coster-Warnsink, regentes
MVDS: Moeder Van der Stadt, H.I. van der Stadt, regentes
MH Moeder Holst, C.A. Roland-Holst-de Koning, regentes (echtgenote van?)
opschrift links, onder jachtscène: MEVDV: initialen van borduurster
opschrift onderkant, in linkerhoek en rechterhoek: 18 / 44: jaar voltooiing doek
schenking 1981-01-09
inv.nr. KA 17265 te zien in Amsterdam Museum aan de Amstel
Vervaardigd in Weeshuis der Nederduitsch Hervormde Diaconie, Amsterdam
Maria Elisabeth van der Vegt wordt op 23 december 1828 in Amsterdam geboren. Ze is de dochter van Johannes van der Vegt (1790-1944) een kruier uit Amsterdam en stadsgenoot Johanna Stroom (ca. 1789-1842) een naaister van beroep. Ze trouwen op 26 april 1812. Een jaar later wordt hun eerste kind en stamhouder Johannes geboren. Zoon Antonie sluit in 1831, zo’n dertien jaar later, een rij van negen kinderen; vijf jongens en vier meisjes. Maria is het op één na laatst geboren kind. Haar ouders overlijden jong, waarna Maria in het Weeshuis der Nederduitsch Hervormde Diaconie aan de Binnen Amstel terechtkomt. Rijkelijk laat want Maria is dan al bijna of helemaal 16 jaar. In 1844 voltooit Maria haar borduurlap waarna een stoplap volgt. Het handwerkonderwijs in het weeshuis van de Diaconie staat hoog aangeschreven. Dankzij deze gedegen opleiding kan Maria als naaister in haar eigen onderhoud en dat van haar latere gezin voorzien.
Op 13 mei 1852 wordt daarvoor de basis gelegd als Maria trouwt met Martinus Wijbrands (*1822-1907) een kantoorbediende uit Amsterdam. Samen krijgen zij drie kinderen: Andries, Janna Martina en Ida Maria. Als Maria 15 augustus 1861 overlijdt, hertrouwt Martinus korte tijd later, in 1862, met Maria Lantman. Met haar krijgt hij vier kinderen: Karel, Anna Regina, Gerrit en Georg Frederik.
Janna Martina trouwt met Jan Wijndelt Nipperus (1861). Zij verwelkomen één kind, dochter Anna Regina Nipperus (1892-1986). Zij heeft de doeken van haar grootmoeder aan het museum geschonken, waar ze in goede handen zijn, bewaard voor de toekomst.
In de collectie van het museum is het Weeshuis van de Nederduitsch Hervormde Diaconie rijk vertegenwoordigd met allerlei stoplappen. De vraag rijst of hier ook merk- en borduurlappen gemaakt worden. Deze doek zou daarop het antwoord kunnen zijn. Maria is zestien als ze in het weeshuis terechtkomt, ze is ook zestien als ze deze doek in 1844 voltooit. Komen hier de kwaliteit van het handwerkonderwijs en het talent van Maria samen óf heeft Maria de borduurnaald al eerder opgepakt? Ze vult deze 43,5 bij 42,5 cm metende doek met romantische motiefjes die tot de verbeelding spreken zoals manden vol rozen, een jachtscène, een gedenksteen onder een treurwilg en een vogel op een nest met drie eieren. Ze wekken een gevoel van nostalgisch verlangen op en drukken de liefde voor de natuur uit, één van de belangrijkste kenmerken van de Romantiek. Dergelijke merklapmotieven met schaduw- en dieptewerking komen omstreeks 1825 in zwang.