opschrift middenregister, regel 1 en 2: IHN-alfabet / cijferreeks / 181: 181 is het weeshuisnummer van borduurster
: Het eerste alfabet op deze doek is opgebouwd naar moeilijkheidsgraad. Eerst leerden de meisjes de stokletters borduren de I H N M J L T F E P B R K en D, als ze dat onder de knie hadden kwam de volgende uitdaging, de zogenaamde schuine letters A V W X Y en Z en ten slotte de ronde U C G O Q en S. Practice makes progress. Daarna volgde vaak het ABC in gebruikelijke volgorde.
opschrift middenregister, regel 3 en 4: alfabet / cijferreeks: alfabet, onderkast, cursief, in ogenschijnlijk volstrekt willekeurige volgorde, gescheiden door een regel 'wit' aangevuld met cijferreeks
opschrift middenregister, regel 5, 6 en 7: alfabet, de derde regel aangevuld met C.G. Kalff. Juli 1900: alfabet, kapitalen, cursief, naam borduurster en datum voltooiing doek
inv.nr. KA 19339 in depot
Vervaardigd in het Weeshuis der Nederduitsch Hervormde Diaconie, Amsterdam
Trefwoorden
Cornelia Geertruida Kalff wordt op 14 april 1887 in Amsterdam geboren. Ze is de dochter van de in Den Helder geboren schilder Rijk Kalff (1846-1897) en Cornelia Geertruida Klein (1891). Haar ouders trouwden in 1876. Het paar mocht een groot aantal kinderen verwelkomen: vijf jongens en drie meisjes. Cornelia behoorde tot de kleintjes. Als haar vader in 1898 overlijdt - nadat zijn vrouw hem in 1891 al is voorgegaan - wordt de verweesde Cornelia, twaalf jaar, oud in het Weeshuis der Nederduitsch Hervormde Diaconie in Amsterdam geplaatst. Het handwerkonderwijs van de Diaconie stond, net als dat van het Burgerweeshuis, in hoog aanzien en Neeltje was een ijverige leerling. Het museum bewaart het resultaat van haar noeste arbeid: een borduurlap, twee letterlappen en vier stoplappen. In 1910 luiden de bruidsklokken; Cornelia wordt de echtgenote van Gerard Reinier Visser (*1881). Zij krijgen samen een dochter en een zoon en een schare klein-en achterkleinkinderen getuige de rouwadvertentie in De Telegraaf op 9 januari 1981. Een dag daarvoor is Cornelia in Lochem heengegaan, op de respectabele leeftijd van 93 jaar. Het handwerk wordt door haar dochter Cornelia aan het museum geschonken, waar het dankbaar aanvaard wordt.
Cornelia laat behalve een paar stoplappen en een borduurlap, ook twee letterdoeken na. Een grijsblauwe uit 1900 en een oudroze uit 1901. Deze eerste, is onderverdeeld in drie registers. Het middenregister opent met een IHN-alfabet in kapitalen en een cijferreeks, afgesloten met Neeltjes weeshuisnummer 181. Het is een op het eerste gezicht merkwaardig samengesteld alfabet.
Niets is minder waar. Het is opgebouwd naar moeilijkheidsgraad. Eerst leren de meisjes de stokletters borduren de I H N M J L F E P B R K en D. Als ze dat onder de knie hebben komt de volgende uitdaging, de zogenaamde schuine letters A V W X Y en Z en ten slotte de ronde U C G O Q en S. Zonder het ‘geboortejaar’ van beide doeken te kennen, wijst dit IHN-alfabet erop dat deze doek eerder tot stand kwam dan de oudroze letterdoek. Het tweede alfabet lijkt in willekeurige volgorde uitgewerkt te zijn in onderkast, eveneens afgesloten door een cijferreeks. Dan volgt een derde, ABC-alfabet in kapitalen, cursief. Op de laatste regel borduurt Cornelia haar naam C.G.KALFF en het jaar 1900, het jaar waarin de doek voltooid is. Het onder- en bovenregister zijn gevuld met sierranden van allerlei aard. Ze heeft wollen garen gebruikt op een katoenen stramien, met ingeweven rode rand van 31,5 x 31,5 cm. De doek is daarmee verwant aan een rodeschoollap.
(Suzette van 't Hof)