opschrift regel 1 t/m 3: alfabet: één alfabet over drie regels verdeeld
opschrift aan de onderzijde van de doek: 19 / MMD / 01: initialen borduurster en jaartal voltooiing doek
inv.nr. KA 19620 in depot
Trefwoorden
Mevrouw Van Soest heeft met een schenking van 14 doeken uit één en dezelfde familie aanzienlijk aan de collectie merk- en stoplappen bijgedragen. De schenking omvat doeken van drie uit vier generaties: overgrootmoeder Alida Reekers, grootmoeder Wilhelmina Westerveld en de (achter)kleindochters Anna, Wilhelmina, Metta Margaretha en Emma Johanna Dittmer en hun nichtje Dorothea Dittmer. Werk van de oudste (achter)kleindochter, Wilhelmina Christina Hendrika (1882-1956), ontbreekt evenals borduurwerk van Anna Wilhelmina van der Meij, de moeder van de zusjes Dittmer.
Metta Margaretha wordt in 22 juni 1890 in Amsterdam geboren. Ze is de derde dochter van Willem Frederik Dittmer jr. (1857-1912) en Anna Wilhelmina van der Meij (1855-1935). Het paar krijgt drie jongens en vier meisjes. De zusjes Anna, Metta en Emma ontvangen handwerkles in Amsterdam. Ze blijken ijverige leerlingen te zijn. Met z’n drieën staan de meisjes garant voor elf doeken. De rodeschoollappen en de stoplappen van Metta en haar zusjes vertonen sterke overeenkomsten, waaruit afgeleid kan worden dat ze handwerkonderwijs op dezelfde school hebben gevolgd. Waar dat is, is helaas niet bekend. Het is gezien de leeftijd van hun ouders niet aannemelijk dat dat een weeshuisschool is geweest. Metta wordt onderwijzeres. Mogelijk geeft zij zelf ook handwerkonderwijs aan een volgende generatie. Op 21 december 1922, trouwt de nog jonge Metta met de 43-jarige weduwnaar Evert van Soest . Evert is eerder getrouwd geweest met Fenna Ibelings († 1921). Uit dit huwelijk heeft hij één dochter. Spoedig volgen er meer kinderen. Met Metta krijgt Evert nog een zoon Cornelis Hendrik Jan (*1924) en een dochter Johanna Evertine (*1926). Het is Johanna die de doeken uit familiebezit aan het museum schenkt. Haar moeder overlijdt op 8 mei 1979.
Tussen het werk van Metta bevindt zich een keurig letterlapje dat met sierrandjes en één enkel alfabet, in kapitalen, gevuld is. Daaronder, tegen de onderrand, laat ze haar initialen -MMD- en het jaar waarin de doek voltooid -1901- achter. Metta heeft zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. De hele doek is uitgevoerd in stersteek wat in wezen een dubbele kruissteek is en twee zoveel tijd van de borduurster vraagt. Maar dat niet alleen; elk randje, elke letter en elk cijfer is om en om in rood en blauw geborduurd. Dat betekent als je netjes werkt – en dat is Metta wel toevertrouwd – een voortdurend aan- en afhechten van de draad. Metta heeft beslist engelengeduld gehad.
(Suzette van 't Hof)