opschrift regel 1 en 2: IHN-alfabet: alfabet, kapitalen
: Het eerste alfabet op deze doek is opgebouwd naar moeilijkheidsgraad. Eerst leerden de meisjes de stokletters borduren de I H N M J L T F E P B R K en D, als ze dat onder de knie hadden kwam de volgende uitdaging, de zogenaamde schuine letters A V W X Y en Z en ten slotte de ronde U C G O Q en S. Practice makes progress. Daarna volgde vaak het ABC in gebruikelijke volgorde.
opschrift regel 4 en 5: alfabet: regulier alfabet, kapitalen
opschrift regel 5: A.W.DITTMER: naam borduurster
opschrift onder naam borduurster: 1902: jaar voltooiing doek
opschrift onderzijde doek, laatste regel: cijferreeks
inv.nr. KA 19622 in depot
Trefwoorden
Mevrouw Van Soest heeft met een schenking van 14 doeken uit één en dezelfde familie aanzienlijk aan de collectie merk- en stoplappen bijgedragen. De schenking omvat doeken van drie uit vier generaties: overgrootmoeder Alida Reekers, grootmoeder Wilhelmina Westerveld en de (achter)kleindochters Anna Wilhelmina, Metta Margaretha en Emma Johanna Dittmer en hun nichtje Dorothea Dittmer. Werk van de oudste (achter)kleindochter, Wilhelmina Christina Hendrika (1882-1956), ontbreekt evenals borduurwerk van Anna Wilhelmina van der Meij, de moeder van de zusjes Dittmer. Mevrouw Van Soest is een dochter van Metta Margaretha en Evert van Soest.
Anna Wilhelmina wordt in 20 april 1888 in Amsterdam geboren. Ze is de dochter van Willem Frederik Dittmer jr. (1857-1912) en Anna Wilhelmina van der Meij (1855-1935). Het paar krijgt drie jongens en vier meisjes. De zusjes Anna, Metta en Emma ontvangen handwerkles in Amsterdam. Ze blijken ijverige leerlingen te zijn. Met z’n drieën staan de meisjes garant voor elf doeken. De rodeschoollappen en de stoplappen van de meisjes vertonen sterke overeenkomsten, waaruit afgeleid kan worden dat ze handwerkonderwijs op dezelfde school hebben gevolgd. Waar dat is, is helaas niet bekend. Het is gezien de leeftijd van hun ouders niet aannemelijk dat dat een weeshuisschool is geweest. Het leven van Anna is kort, veel te kort: ze overlijdt in 1906, zeventien jaar oud. Op 11 april wordt ze in Amsterdam begraven. Anna leeft voort in drie doeken in de collectie van het museum: twee rodeschoollapjes en een letterlap.
Anna’s rodeschoollapje uit 1902 is er een volgens het boekje. Deze doekjes worden vanaf 1870 tot ver in de twintigste eeuw op school, tijdens het handwerkonderwijs, gemaakt. Ze danken hun naam aan het feit dat er met rood garen wordt geborduurd op een wit katoenen ondergrond met rode, ingeweven randen. Naast letters, cijfers en sierrandjes worden er soms ook kleine motiefjes aan toegevoegd. De herkomst is vaak gemakkelijk te achterhalen doordat veel meisjes hun naam, hun woonplaats en de naam van de school erop achterlieten. Het gebruikte alfabet lijkt ongewoon. Niets is minder waar. Het is opgebouwd naar moeilijkheidsgraad. Eerst leerden de meisjes de stokletters borduren de I H N M J L T F E P B R K en D, als ze dat onder de knie hadden kwam de volgende uitdaging, de zogenaamde schuine letters A V W X Y en Z en ten slotte de ronde U C G O Q en S.
Om tot dit resultaat te komen gebruikt Anna rode borduurwol op een stramien van 26 x 27,5 cm. De naam van haar woonplaats en het gebruik van motiefjes heeft ze achterwege gelaten.
(Suzette van 't Hof)