Rode schoollap (type) van Metta Margaretha Dittmer, 1901
hoogte: 26 cm; breedte: 27 cm;
opschrift bovenzijde, regel 1 en 2: IHN-alfabet
: Dat alfabet is opgebouwd naar moeilijkheidsgraad. Eerst leerden de meisjes de stokletters borduren de I H N M J L T F E P B R K en D, als ze dat onder de knie hadden kwam de volgende uitdaging, de zogenaamde schuine letters A V W X Y en Z en ten slotte de ronde U C G O Q en S. Practice makes progress, daarna volgde vaak het ABC in gebruikelijke volgorde
opschrift regel 3: cijferreeks
opschrift regel 4, 5 en 6: alfabet: alfabet, kapitalen, cursief
opschrift regel 7: M. DITTMER: naam van borduurster
opschrift regel 8: 1901: jaar voltooiing doek
inv.nr. KA 19623 in depot
Type rode schoollap uitgevoerd in zwart
Trefwoorden
Mevrouw Van Soest heeft met een schenking van 14 doeken uit één en dezelfde familie aanzienlijk aan de collectie merk- en stoplappen bijgedragen. De schenking omvat doeken van drie uit vier generaties: overgrootmoeder Alida Reekers, grootmoeder Wilhelmina Westerveld en de (achter)kleindochters Anna, Wilhelmina, Metta Margaretha en Emma Johanna Dittmer en hun nichtje Dorothea Dittmer. Werk van de oudste (achter)kleindochter, Wilhelmina Christina Hendrika (1882-1956), ontbreekt evenals borduurwerk van Anna Wilhelmina van der Meij, de moeder van de zusjes Dittmer.
Metta Margaretha wordt in 22 juni 1890 in Amsterdam geboren. Ze is de derde dochter van Willem Frederik Dittmer jr. (1857-1912) en Anna Wilhelmina van der Meij (1855-1935). Het paar krijgt drie jongens en vier meisjes. De zusjes Anna, Metta en Emma ontvangen handwerkles in Amsterdam. Ze blijken ijverige leerlingen te zijn. Met z’n drieën staan de meisjes garant voor elf doeken. De rodeschoollappen en de stoplappen van Metta en haar zusjes vertonen sterke overeenkomsten, waaruit afgeleid kan worden dat ze handwerkonderwijs op dezelfde school hebben gevolgd. Waar dat is, is helaas niet bekend. Het is gezien de leeftijd van hun ouders niet aannemelijk dat dat een weeshuisschool is geweest. Metta wordt onderwijzeres. Mogelijk geeft zij zelf ook handwerkonderwijs aan een volgende generatie. Op 21 december 1922, trouwt de nog jonge Metta met de 43-jarige weduwnaar Evert van Soest . Evert is eerder getrouwd geweest met Fenna Ibelings († 1921). Uit dit huwelijk heeft hij één dochter. Spoedig volgen er meer kinderen. Met Metta krijgt Evert nog een zoon Cornelis Hendrik Jan (*1924) en een dochter Johanna Evertine (*1926). Het is Johanna die de doeken uit familiebezit aan het museum schenkt. Haar moeder overlijdt op 8 mei 1979.
Metta borduurt twee rodeschoollapjes, eentje in rood in vermoedelijk 1900 – ze “schrijft” 19 90 - en deze doek in zwart in 1901. Beide doeken voldoen aan vrijwel alle kenmerken van een rodeschoollap. Deze zwarte doek iets meer dan de rode. Daar ontbreekt een cijferreeks. Deze lapjes worden vanaf 1870 tot ver in de twintigste eeuw op school tijdens het handwerkonderwijs gemaakt. Ze danken hun naam aan het feit dat er met rood garen wordt geborduurd op een wit katoenen ondergrond met rode, ingeweven randen. Naast letters, cijfers en sierrandjes worden er soms ook kleine motiefjes toegevoegd. De herkomst van dit soort lapjes is meestal gemakkelijk te achterhalen doordat veel meisjes hun naam, hun woonplaats en de naam van de school erop achterlaten. Het gebruikte alfabet lijkt ongewoon. Niets is minder waar. Het is opgebouwd naar moeilijkheidsgraad. Eerst leren de meisjes de stokletters borduren de I H N M J L F E P B R K en D. Als ze dat onder de knie hebben komt de volgende uitdaging, de zogenaamde schuine letters A V W X Y en Z en ten slotte de ronde U C G O Q en S. Practice makes progress, soms volgt er een ABC in de gebruikelijke volgorde. De alfabetten worden afgesloten met cijferreeksen van 1 t/m 0.
Metta’s beide rodeschoollapjes voldoen niet alleen aan alle eisen, die daaraan gesteld worden, ze zijn vrijwel even groot. Het rode doekje dat voorafgaat aan dit zwarte meet 29 x 28 cm; het zwarte 25 x 27 cm. Metta werkte met wollen garen op een katoenen stramien. Deze zwarte doek is met M DITTMER ‘gesigneerd’, de rode met MMDITTMER. Waarom ze twee rodeschoollapjes heeft geborduurd en waarom ze één keer voor zwart heeft gekozen, is niet bekend. Aanvankelijk werd gedacht dat het om twee verschillende meisjes gaat. Dit valt niet af te leiden uit de stamboom van de familie Dittmer.
(Suzette van 't Hof)