opschrift onder en boven zuilen, in centrum doek, kloksgewijs: AN / NO / 78 / 18: jaar voltooiing doek
opschrift in de bloemenkrans in het centrum: CK: Catharina Klinkmeijer n 1856 als hulp-assistent werkzaam en in 1861 tot eerste leermeesteresse benoemd, gepensioneerd in 1906. (Bron Berthi Smith-Sanders)
Identiek aan bloemenmand met initialen KA 15158
opschrift onder de bloemenmand in het centrum van de doek: DCD: naam borduurster
opschrift links en rechts van jachthond, onder twee kronen: WFD / EWK: Willem Frederik Dittmer, vader van borduurster
Elisabeth Wilhelmina Klusman, moeder
inv.nr. KA 19627 in depot
Vervaardigd op de Openbare Werk- en Leerschool voor Meisjes, Amsterdam
Trefwoorden
223827
Dorothea Christina soms ook terug te vinden in de archieven als Christina Dorothea Dittmer wordt op 2 januari 1865 in Amsterdam geboren als dochter van de scheepsknecht Willem Frederik Dittmer (1820) en Elisabeth Wilhelmina Klusman (1828-1906). Ze trouwen op 27 februari 1856. Ze krijgen samen drie dochters en een zoon. Johan, vernoemd naar zijn grootvader (*1787), wordt in 1860 geboren. Dan volgen en er drie meisjes: Elisabeth Wilhelmina (1862-1918), Christina Dorothea en Anna Margaretha (*1868). Willem is mogelijk kort voor of na de geboorte van zijn jongste overleden. Het exacte jaartal wordt niet vermeld. Waarschijnlijk is hij op zee gestorven. Elisabeth, zijn weduwe, is nu het hoofd van het gezin. Dat gezin wordt uitgebreid met een kleinzoon, Charles Friederich (Frederik) Dittmer. Hij wordt op 12 januari 1885 geboren als niet erkende zoon van Dorothea. Hij krijgt de achternaam van zijn moeder. Samen wonen zij in bij Elisabeth. Dan zwijgen de bronnen. Dorothea overlijdt op 18 juli 1923. Eén van haar verre voorvaderen was een broer van een verre voorvader van Anna, Metta en Emma, hetgeen de familieband verklaart.
Ze leert handwerken aan de Werk- en Leerschool voor meisjes in Amsterdam. Deze leerscholen, waarvan de oudste in 1808 in Amsterdam gesticht werd, waren bedoeld voor onbemiddelde meisjes, die zo toch in staat gesteld werden een goede vakopleiding te volgen. Werk- en Leerscholen ontvingen hun inkomsten uit opdrachten van burgers, die hun uitzet bij de school bestelden of hun linnenkast met het werk van de meisjes wilden aanvullen.
Dorothea’s stoplap is opgebouwd uit drie rijen van drie stoppen, waaronder een winkelhaakstop en een sterstop op de eerste en een hoekstop op de laatste rij, in de rechterhoek. De stop in het centrum is vervangen door een kader dat gevormd wordt door twee zuilen met doorstopwerk. Dat kader wordt aan de bovenzijde afgesloten door een groen mandje met daarin een C en een K, de initialen van haar handwerklerares Catharina Klinkmeijer. Daaronder borduurt Dorothea haar eigen initialen geflankeerd door die van haar ouders, voorzien van een kroon. Dan volgt een jachthond op een klein groen ondergrondje. Een vogeltje in een bloeiende struik vormt de onderzijde van het kader. De zuilen geven het jaar van voltooiing aan, ANNO 1878. Dorothea’s stoplap vertoont sterke overeenkomsten met de doek van Jurriana Relander, die op dezelfde leerschool tot stand is gekomen. (KA 15158) Ook zij heeft in het bovenregister een mandje geborduurd met daarin de initialen van haar handwerklerares Catharina Klinkmeijer. Jurriana voltooit haar doek twaalf jaar later. Mevrouw Klinkmeijer is dan nog altijd aan de Leerschool verbonden. In tegenstelling tot Dorothea kiest Jurriana voor fellere en meer sprekende kleuren.
(Suzette van 't Hof)