Letter- en stekenlap van Wilhelmina Christina Hendrika Westerveld, 1837
hoogte: 30 cm; breedte: 32.5 cm;
opschrift bovenkant, tussen twee sierranden, twee regels: alfabet en begin cijferreeks: alfabet over twee regels uitgewerkt, kapitalen
de A t/m H zijn 2x geborduurd, de R t/m Z eveneens, de J ontbreekt
achter de Z op de tweede regel zijn drie cijfers geborduurd: 1 t/m 3
opschrift bovenkant, tussen twee sierranden, derde regel: vervolg cijferreeks: cijfers 4 t/m 0
opschrift bovenkant, onder alfabet + cijferreeks, over breedte doek: W. WESTERVELD: naam borduurster in grote kapitalen
opschrift onder naam borduurster: 1837: jaar voltooiing doek
inv.nr. KA 19628 in depot
Trefwoorden
Mevrouw Van Soest heeft met een schenking van 14 doeken uit één en dezelfde familie aanzienlijk aan de collectie merk- en stoplappen bijgedragen. De schenking omvat doeken van drie uit vier generaties: overgrootmoeder Alida Reekers, grootmoeder Wilhelmina Westerveld en de (achter)kleindochters Anna Wilhelmina, Metta Margaretha en Emma Johanna Dittmer en hun nichtje Dorothea Dittmer. Werk van de oudste (achter)kleindochter, Wilhelmina Christina Hendrika (1882-1956), ontbreekt evenals borduurwerk van Anna Wilhelmina van der Meij, de moeder van de zusjes Dittmer. Mevrouw Van Soest is een dochter van Metta Margaretha en Evert van Soest.
Wilhelmina Christina Hendrika Westerveld vertegenwoordigt de tweede generatie. Ze is de dochter van Alida Reekers (1786-1862) en haar man Johannes Arent Westerveld (1785-1863). Ze wordt op 21 februari 1829 in Amsterdam geboren. Als vijfentwintigjarige valt ze voor Willem Frederik Dittmer sr., een op 28 augustus 1830 geboren timmerman uit Amsterdam. Op 20 september 1854 trouwen ze. Drie jaar later wordt hun enige kind, zoon Willem Frederik Dittmer jr. geboren. Hij trouwt in de zomer van 1881 met Anna Wilhelmina van der Meij (1855-1935), de moeder van de zusjes Dittmer. Samen krijgen ze zeven kinderen, naast de vier meisjes nog drie jongens. Wilhelmina overlijdt op 1 januari 1912 in Amsterdam, waar ze op 15 januari begraven wordt. Op 21 maart volgt Willem Frederik jr. haar. Samen worden ze op 25 maart in een nieuw graf te ruste gelegd, op begraafplaats Huis ter Vraag in Amsterdam.
Wilhelmina draagt met één letter- en stekenlap bij aan de collectie van het museum. Deze doek is een niet vaak voorkomende combinatie van een merk- en een stekenlap. Wilhelmina opent met een alfabet waar ze ogenschijnlijk willekeurig letters herhaalt of juist niet herhaalt. De reeks in Romeinse kapitalen eindigt met een cijferreeks. Dan volgt haar naam over de volle breedte van de doek. Op de volgende regel vermeldt ze het jaar waarin de doek voltooid is: 1837. Wilhelmina maakt hierbij gebruik van de stersteek. Het resterende deel is gevuld met onregelmatig geplaatste kleine en grotere proefjes in tapisseriesteek, voornamelijk geometrische patronen uitgewerkt in wol op een katoenen stramien. Door afzonderlijke motiefjes te herhalen en op elkaar aan te laten sluiten ontstond één groot, doorlopend, patroon. Vooral in de tweede helft van de achttiende eeuw werd deze techniek met zijden op linnen toegepast. Er werden schoenen, tasjes, boekomslagen en andere luxe voorwerpen accessoires mee bekleed. Dit handwerk werd door oudere meisjes uitgevoerd, voornamelijk door Franse kostschoolmeisjes, maar ook door andere meisjes die de opdracht daartoe kregen. De patronen met wollen garen dienden evenals die met zijde om het hele vlak te vullen. Er waren twee mogelijkheden, de patronen herhaalden zich of één patroon stond uit tegen een achtergrond. Met dergelijk grover borduurwerk werden onder andere schoenen, tasjes, stoelen, voetenbankjes, schellekoorden en reistassen gedecoreerd. Bij één enkel motief werd de hele achtergrond met één kleur ingevuld. Dat was ongetwijfeld een saai werkje.
(Suzette van 't Hof)