signatuur r.o: ... een ...(gedeeltelijk leesbaar)
opschrift linksboven in gordijn: familiewapen (vaag)
etiket achterzijde van het spieraam: Jan de Baen en J. Weenix, portret van Gilles Valckenier, bruikl. Jhr. C. Hooft Graafland, Bussum, inv. no. 9891
: etiket van het Centraal Museum te Utrecht
inv.nr. SA 25977 in depot
Portret van een staande man tot de knie met op de schouders vallend bruin haar, gekleed in zwarte mantel met kant, de linkerhand voor de borst, de rechter boven een waterbassin, in parkachtig landschap.
Herkomst
Via een nicht geportreteerde Du Quesne van Bruchem in handen van de familie Hooft Graafland; Verz. Jhr. H.J.P. en Jhr. Ch. Hooft Graafland, Baarn/Bussum (inv.nr. 9891) tot 1967; aankoop op veiling, Amsterdam (Mak van Waay), 1 november 1967, nr. 544, als ‘J. Weenix’
Trefwoorden
38888
Catalogus AHM 1975/'79
Tegenhanger van (of oorspronkelijk tot dezelfde serie behorend als ?) het volgende nr. Links boven in gordijn, vaag, familiewapen. Op de achterzijde van het spieraam etiket van het Centraal Museum te Utrecht: "Jan de Baen en J. Weenix, portret van Gilles Valckenier, bruikl. Jhr. C. Hooft Graafland, Bussum, inv. no. 9891".
Het schilderij en zijn tegenhanger heetten tot dusver in de museuminventaris geschilderd door Jan Weenix. De figuren zijn echter te plomp getypeerd voor deze meester en de details zijn voor zijn doen gedeeltelijk te breed uitgevoerd (de sjaal van de dame, de achtergronden), in andere partijen te peuterig (de partijen kant). Ook de toeschrijving aan Jan de Baen (zie boven) houdt geen steek. Vooral het portret van de dame herinnert aan laat werk van de Dordtenaar Nicolaes Maes. W.L. van de Watering (mondeling) wijst op de sterke overeenkomsten met de gesigneerde schilderijen van Jacob Levecq (1634 1675), die evenals Maes in Dordt werkte. M.i. kan ook Pieter Nason (ca. 1612 1688/90) als schilder van cat.nr. 528 in aanmerking komen (vgl. BERNT II, afb. 828).
Wouter Gillisz Valckenier (1650 1707) was Secretaris in 1669, Raad van 1687 tot zijn overlijden en bekleedde ook nog andere functies. Hij was voorts gede puteerde tot de educatie van Prins Willem III en jarenlang het invloedrijkste lid der stadsregering. Na zijn huwelijk met Anna Maria Trip woonde hij bij zijn schoonvader Louys Trip in het Trippenhuis. Na haar overlijden in 1681 kocht en bewoonde hij het huis "Marseille" op de Keizersgracht. Hij hertrouwde in 1685 met Maria van Baerle (1647 1707) (ELIAS II, blz. 614; cat. tent. 1925).