De Vlaamse kunstenaar Jan Frans van Dael was vanaf 1786 in Parijs werkzaam. Daar werkte hij eerst als decoratieschilder. In 1793 kreeg hij gratis inwoning in het Louvre, naast zijn landgenoot Pierre-Joseph Redouté en diens leraar Gerard van Spaendonck. Onder invloed van Van Spaendock legde hij zich toe op het schilderen van rijke bloemstillevens in de traditie van Van Huysum. Van Dael was één van de succesvolste schilders in dit genre, die Napoleon en Joséphine tot zijn opdrachtgevers mocht rekenen. De ´Baguette´ tulp was een Vlaamse specialiteit.
Catalogustekst
Jan Frans van Dael (1764-1840) kwam uit Antwerpen, maar was vanaf 1786 werkzaam – en uiterst populair – in Parijs. Hier werd hij opgeleid door de Nederlander Gerardus van Spaendonck (1746-1822), een bekend Nederlands kunstenaar. Van Spaendonck was Professor in de Schilderkunst en gaf les in het tekenen en schilderen van bloemen, planten en vruchten. Hij publiceerde tevens een collectie gravures van bloemen, als studiemateriaal voor zijn leerlingen. Volgens Van Spaendonck diende een goede kunstenaar zijn onderwerp in elk medium te kunnen vatten. Van Dael leerde dus zowel bloemen schilderen als tekenen en genoot in Parijs grote populariteit; zijn bloemstukken werden door belangrijke verzamelaars aangekocht en kwamen zelfs in de collectie van keizerin Josephine terecht.
Bloemstukken waren een aantrekkelijk onderwerp voor veel Nederlandse en Vlaamse kunstenaars. Kunstenaars als Jan Davidszoon de Heem en Rachel Ruysch hadden reeds in de zeventiende eeuw succes met dergelijke werken en in de loop van de achttiende en negentiende eeuw bleven dit soort schilderijen populair. Kunstenaars in de lage landen schilderden veelal in de stijl van Jan van Huysum, wiens invloed mede door Jan Frans van Dael tot ver in de negentiende eeuw voelbaar was. Van Dael verzamelde schilderijen van elk van de voornoemde schilders en bleef zijn hele leven in hun stijl werken. De laat zeventiende-eeuwse traditie waar Van Dael in werkte tekent zich door de uiterst gedetailleerde, delicate manier van werken, wat ook te zien is op deze tekening.
Deze tekening laat drie tulpen zien, respectievelijk in rood-geel, rood-wit en paars-wit. Ook deze onderwerpskeuze lijkt te wijzen op de stijl van de oude meesters, aangezien de tulp in de zeventiende eeuw op zowat elk bloemstuk voorkwam. Van Dael is uiterst nauwkeurig te werk gegaan en heeft elk minutieus detail aan de tulpen op papier neergezet.