Catalogue AHM 1975/'79
Tot voor kort toegeschreven aan Hermanus P. Schouten (1747 1822). Reeds Van Regteren Altena twijfelde aan de juistheid van deze toeschrijving (meegedeeld bij Van Eeghen). Tijdens de tentoonstelling van 1971, waar het stuk als "anoniem" geëxposeerd was, vielen Mr. C.J. de Bruyn Kops en mijzelf echter zulke opvallende overeenkomsten op met de aldaar geëxposeerde werken van Ten Compe, dat een toeschrijving aan deze meester plausibeler leek, temeer omdat er van Schouten, die in de eerste plaats als tekenaar werkzaam was, geen enkel werk bekend is dat in opzet of stijl overeenkomsten met het onze vertoont. Nadien werden Ten Compes signatuur en jaartal gevonden.
Het Begijnhof, een instelling alleen bestemd voor vrouwen en meisjes wordt reeds vermeld in 1307. De Begijnenkerk werd in 1419 gewijd. Met de alteratie van 1578 ging de kerk in stadsbezit over. Sinds 1607 wordt het gebouw gebruikt door de Presbyteriaanse gemeente (Engelse en Schotse Calvinisten). Een ingrijpende verbouwing vond plaats in 1727. Zie ook cat.nr. 199
Vergelijk: I.H. van Eeghen, Vrouwenkloosters en begijnhof in Amsterdam van de 14e tot het eind der 16e eeuw, Amsterdam 1941. Drs. B. Bakker tekent hierbij aan: "Op de voorgrond een bagijn. Het Bagijnhof werd (naar WAGENAAR II, blz.348 352, meedeelt) in de 18de eeuw bewoond door: "Begeynen, of door Weduwen en bedaagde Dogters van den Roomschen Godsdienst", zij mochten de kelder onder de sacristie van de kerk als washuis gebruiken. De sacristie zelf was in gebruik als vergaderkamer van de ijkers en de zijdereders. Bagijnen mochten "niet den met eene kaper over den Hof of uitgaan."
De stichting van het Begijnhof moet vóór 1307 gesteld worden. Deze godsdienstige instelling was alleen bestemd voor vrouwen en meisjes. Hoewel een aantal regels moest worden nagekomen, genoten de bewoonsters een grote mate van persoonlijke vrijheid.
De Begijnenkerk werd in 1419 gewijd. In 1578 koos Amsterdam de zijde van de Prins van Oranje tegen Spanje. Een gevolg hiervan was dat de katholieke kerk zijn bezittingen aan de stad moest afstaan.
Ook de begijnen verloren het kerkje. In 1607 werd het in gebruik gegeven aan de Presbyterianen (Engelse en Schotse calvinisten).
Exhibition text
Het Begijnhof werd in de 18de eeuw bewoond door "Begynen, of door Weduwen en bedaagde Dogters van den Roomschen Godsdienst"; zij mochten de kelder onder de sacristie van de kerk als washuis gebruiken. De sacristie zelf was in gebruik als vergaderkamer van de ijkers en zijdereders.
Bagijnen mochten "niet dan met eene kaper over den Hof of uitgaan". Lit.: Wagenaar II, p. 348-352.
Een ingrijpende verbouwing vond plaats in 1727, toen ondermeer de zware steunberen in het midden van het schip werden aangebracht.
Exhibition text
Het Begijnhof bestond al in 1307. De begijnen raakten na de protestantse machtsovername in Amsterdam – de ‘Alteratie’ van 1578 – hun kerk kwijt, maar ze mochten hun huisjes blijven bewonen. In 1607 werd hun vroegere kerk in gebruik genomen door de Engelse Gereformeerde Kerk. Links op de voorgrond zijn een paar begijnen te zien in hun achttiendeeeuwse dracht. Het omheinde grasveld was bij de omwonenden in gebruik als bleekveld.