Admiraal Bossu voer uit Amsterdam met een vloot van dertig zeilen de Hollandse vloot op de Zuiderzee tegemoet. De Hollandse vloot was 24 zeilen sterk en werd door Comelis Dirksz. van Monnickendam aangevoerd. Bossu ging echter alle pogingen om slag te leveren uit de weg. Hij wilde uitbuiten dat zijn geschut verder dan het Hollandse droeg en daarom hield Bossu afstand. Zes dagen duurden deze manoeuvres, tot 't uiteindelijk enkele Hollandse schepen lukte om de admiraal te enteren. Al strijdende dreven zij af, tot Bossu op 't droge raakte. De Friezen hadden intussen zes schepen veroverd, maar de uitslag zou nog onzeker geweest zijn als niet vice-admiraal Rol met de meeste Spaanse schepen het IJ in was gevlucht.
Bossu verdedigde zich 28 uur lang moedig. Pas nadat nadat al zijn manschappen op veertien na gesneuveld waren gaf hij zich over, op voorwaarde van lijfsbehoud en een grafelijke gevangenis. Bossu werd naar Hoorn gebracht en daar in het weeshuis opgesloten. Hij liep later naar de partij der Staten over.