Mouwloos lijfje van donkerblauwe wol geborduurd met rood, groen, wit en geel wollen garen, twee bloemen op de voorzijde en florale motieven. Met roodzwart band afgebiesd, drie vastgezette heupkussentjes. Voering is van linnen.
Werd in principe als onderkleding gedragen, zichtbaar onder het vest. Ook werd het bij een Marker bruidskostuum gedragen met zeven geborduurde bloemen.
Het borduurwerk in het rijglijfje wordt ook wel Berliner borduurwerk genoemd, een techniek waarbij geborduurd wordt op grovere stof, zoals wol. Het rijglijfje is mogelijk gedragen door een klein meisje van ongeveer vijf jaar. Waarschijnlijk hoort dit kledingstuk bij de borstrok met inventarisnummer KA 1162.1. Haken en ogen lijken ouder dan het rijglijfje, die komen uit de periode 1800-1830.
Onderzoek naar en fotografie van de 18e- en 19e-eeuwse kostuums van het Amsterdam Museum zijn mede mogelijk gemaakt door financiële steun van het Barbas- Van der Klaauw Fonds, het Netty van Doorn Fonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds.