52593
Bouilloire op komfoor, 1747
meesterteken? op reservoir: HNH
: Harmanus Nieuwenhuys: Voet I, 420
merk op reservoir: Z II J
: herkeuringsteken ?
inv.nr. KA 15215.1/3
Bouilloire met scharnierend deksel op komfoor met brander. Komfoor met opengewerkte wand, bestaand uit drie adelaars met gespreide vleugels. Hiertussen drie, uit C- en bladvoluten samengestelde poten op schijfjes van palissanderhout. Bovenring met drie steunen in de vorm van deels geponste acanthusbladeren. Losse cilindrische brander met uitneembare lonthouder. Bovenzijde brander rondom gegraveerd met acanthusbladeren.
Ketel met gedrukt bolvormig lichaam, de bovenrand rondom gegraveerd met schelpmotieven en bladranken. S-vormige tuit, de aanzet met opgelegde schelp- en bladmotieven. Rondom aanzet tuit een gegraveerde cartouche met ruitpatroon omgeven door bladvoluten. Gegoten scharnierend hengsel met voluutvormige steunen en S-voluten waartussen een palissanderhouten greep. Gewelfd deksel, opgelegd met deels geponste schelp- en bladmotieven, bekroond door vaasvormige knop van ebbenhout en zilver.
Origin
Kunsthandel Nijstad Antiquairs Lochem, Amsterdam, 1973
Keywords
52593
Catalogue silver collection AHM 2003
Deze rijk gedecoreerde bouilloire toont de zware, symmetrische vormen uit de eerste helft van de achttiende eeuw, gecombineerd met graveringen en gegoten ornamenten in de rococo-stijl. Dergelijk gietwerk werd in de loop van de eeuw op steeds grotere schaal seriematig geproduceerd. Harmanus Nieuwenhuys, specialist in het maken van bouilloires en ander groot schenkgerei, pastte het veelvuldig toe.
De vormgeving van deze bouilloire is geïnspireerd op soortgelijke exemplaren van de beroemde Engelse zilversmid Paul de Lamerie (1688-1751). De gegoten afgeplatte poten en de adelaars van het komfoor komen sterk overeen met een 'stand with lamp' van De Lamerie uit 1744 (Paul 1990, p. 162-163 nr. 109). Nieuwenhuys paste soortgelijke onderdelen toe bij een driekraantjeskan uit 1749 (Beeling 1986, p. 288-289), twee bouilloires uit 1751 en 1754 (Christie's 1986, p. 107 nr. 219 [later kunsthandel A.C. Beeling]; Beeling 1986, p. 290-291), alsmede bij een kraantjeskan uit 1752 (Christie's 1992, p. 79 nr. 1066). De ketel heeft de voor Nieuwenhuys kenmerkende bolle vorm.
Opmerkelijk zijn de flinke en trefzekere graveringen die op werk van Nieuwenhuys en andere zilversmeden voorkomen (De Lorm 2001~2, p. 115).
Amsterdam Museum