inv.nr. DA 424 te zien in ITA, Leidseplein 26, Amsterdam
Trefwoorden
6182
Catalogustekst
JAN MUSCH
acteur, regisseur
Amsterdam, 22 december 1875 – Blaricum 24 april 1960
Als vijftienjarige Amsterdamse jongen uit de Jordaan was Musch zo onder de indruk van toneel-
spelers en het theater, dat hij (vergeefs) probeerde op de toneelschool aangenomen te worden:
“Ik was de deur van de toneelschool nog niet in of daar zag ik een echten leerling staan met
uitgespreide armen in een echten dramatischen stand. Ik vond het verschrikkelijk mooi, ik had
nog nooit zoiets gezien. “Dat leer ik nooit!”, dacht ik”. Musch kreeg een baantje als statist bij
Kreukniet & Poolman in de Salon des Variétés en bij verschillende reisgezelschappen, totdat hij
werd ontdekt door de leiding van de Nederlandsche Toneelvereeniging. Vanaf dat moment
werd zijn toneelloopbaan gekenmerkt door veelzijdigheid en roem. Musch’spel stamde nog uit
de romantische periode. Hij had een duidelijke plastiek en een opvallend soepel, beweeglijk
lichaam. Bij Royaards en Het Tooneel markeerde hij met name karakterrollen in Shakespeare-
en Vondelspelen, zoals Puck in Een Midzomernachtsdroom en Belial in Lucifer. Later nam hij
onder Heijermans bij De Tooneelvereeniging de belangrijke mannelijke hoofdrollen in diens stuk-
ken voor zijn rekening. Naar aanleiding van zijn zeer gewaardeerde bijdrage als Jasper in Eva
Bonheur schreef Heijermans speciaal voor Musch het toneelstuk Dageraad, waarin hij de rol van
Lukas speelde. Het meeste succes had hij met de vertolking van Hans de Kater in De Wijze Kater,
een rol die hij meer dan duizend keer gespeeld heeft. In 1919 richtte Musch met Adriaan van der
Horst het Haarlemse Schouwtooneel op. Hij ontplooide zich nu tevens tot een belangrijk regisseur,
gewaardeerd tot in het buitenland. Bredero’s De SpaanseBrabander, Rostands Cyrano de Bergerac
en De Vrek van Molière, allen kregen zij grote bewondering. In De Vrek speelde hij zelf overigens
Harpagon. Korte tijd was hij nog verbonden aan toneelgroep Het Masker, die hij in 1933 samen
met Ko Arnoldi en Else Mauhs oprichtte. Van 1936 tot 1939 leidde hij een eigen gezelschap.
Bovendien was Musch een niet onverdienstelijk beeldend kunstenaar.