Naamsvarianten zijn in vroeger tijden niet ongewoon; maar de borduurster van deze doek heeft er wel erg veel. “Elisabeth Susanna Kemgens, oud 15 jaar” draagt ook de naam ‘Gerrits genaamd Kempgens, Kimgens, Kimgans en Kimppens. Haar geboorteplaats, waar zij op 20 oktober 1811 het levenslicht zag, is al even raadselachtig: Lidermalen, Littemalen, Littemolen, Lotmolen, Lidmaat en Ledermalen. Plaatsnamen die in deze tijd niet meer te herleiden zijn. Mogelijk is Elisabeth in Limburg of Duitsland geboren en ook Amsterdam behoort nog tot de mogelijkheden. Haar vader is Peter Kempgens Geerits of kortweg Peter Gerritz; haar moeder Anna Catharina Elisabeth Nollman. Het paar krijgt behalve Elisabeth nog twee dochters: Johanna en Wilhelmina. Elisabeth trouwt op 4 oktober 1837 met Christiaan de Rooij (1809), kleermaker en schutter in Amsterdam. Zij krijgen vijf dochters en één zoon. Hun oudste kind is vermoedelijk naar de heilige Veronica vernoemd; de jongste naar de heilige Antonius van Padua. Niet alleen de namen, van de kinderen, maar ook Elisabeths doek verraadt dat het om een katholiek gezin gaat. De doek zit vol aanwijzingen. In het midden, direct onder tegen de naamregel aan, heeft Elisabeth een altaaropstelling geborduurd, met zes altaarkaarsen en een monstrans. Engelen aan weerszijden steken de kaarsen aan. Boven de monstrans zwevende engelen benadrukken de aanwezigheid van een hostie in de monstrans. Rechts daarvan is het Heilig Hart van Christus uitgewerkt, omgeven met een krans van doornen. Daarnaast een ongewoon groene zweetdoek van Veronica waarin het gelaat van Christus is achtergebleven. Uiterst rechts staat het kruis waaraan Christus gestorven is, omringd door de arma christi, de kruiswerktuigen die onderdeel uitmaken van het kruisigingsverhaal . Aan de linkerzijde van de altaaropstelling is S. A. de Padua, de naamgever van de jongste dochter, vereeuwigd. Antonius is de patroonheilige van de Franciscanen en ook van verliefden, echtelieden, vrouwen en kinderen, reizigers en bakkers, én, én… de lijst is lang. Hij is het die aangeroepen kan worden om verloren spullen terug te vinden. Elders op de doek bevinden zich nog een aantal Bijbelse motieven. Boven de tekstregel is dat het Aardse Paradijs met een speelse Adam en Eva, rondom de Boom van de kennis van goed en kwaad, waaromheen de slang zich gekruld heeft. Onder de tekstregel het Lam Gods met de kruisvaan van de overwinning. Het staat op het boek met de zeven zegels uit de Openbaringen van Johannes de Evangelist. Verderop zijn de Verspieders van het Heilige Land uit het Bijbelboek Numeri 13 uitgewerkt. De pelikaan die zijn jongen voedt is een motief uit de Physiologus, een voorloper van middeleeuwse bestiaria. Hij wekt zijn gedode kuikens na drie dagen weer tot leven met zijn eigen bloed. Een verwijzing naar de verrijzenis van Christus, die drie dagen in zijn graf verbleef. De doek is verder gevuld met niet-religieuze motieven zoals de Nederlandse Maagd in de Hollandse Tuin, de sterrenzangers, een paartje dat op hun vermoedelijke verloving of huwelijk toast, een grachtenpand en tal van bloemen. Elisabeth heeft haar handen vol gehad aan deze doek. Op 2 december 1886 overlijdt ze, 75 jaar oud. Christiaan is haar dan al voorgegaan. In De Tijd verschijnt een overlijdensbericht van de weduwe “Elisabeth Susanna Gerritz genaamd Kempgens”. De enige juiste spelling van haar naam? (Suzette van 't Hof)