Met snelle krijtlijnen heeft de Amsterdammer Jan Dasveldt (1770-1855) vier hondenkoppen getekend. Dasveldt was niet klassiek opgeleid, maar tekende uit liefhebberij vanuit de bakkerij waar hij werkte. Zijn tekeningen, voornamelijk schetsen van honden in zwart krijt, vingen echter het oog van verschillende verzamelaars, waaronder Abraham Willet, Adriaan van der Hoop en Jacob de Vos. De populariteit van Dasveldts tekeningen zou te danken zijn aan hun gelijkenis aan “den trant van onze beroemde oude Meesters,” aldus biograaf Roeland van Eynden in 1820. Van Eynden zal Dasveldt hebben willen prijzen om de kwaliteit van zijn tekeningen, maar hij zou de vergelijking ook gemaakt kunnen hebben vanwege de stijl waarin Dasveldt tekende: ondanks de soms wat dikke krijtlijnen hebben de tekeningen veel detail en zijn de schaduwpartijen kundig weergegeven. Deze combinatie van grove en fijne elementen is ook te zien op tekeningen van zeventiende-eeuwse tekenaars. Door het succes dat Dasveldt hiermee behaalde kwam hij terecht bij kunstenaarsgenootschap Arti et Amicitiae.
Op dit blad staan vier koppen afgebeeld. Drie ervan lijken spaniëls te zijn, een hondenras dat Dasveldt vaak tekende: deze drie honden hebben dezelfde lange oren, donkere tekening rond de ogen en stippen bij de neus. De hond linksboven heeft een grotere, vierkantere snuit dan de andere drie, en puntige oortjes. Alle vier de honden hebben wat antropomorfe, haast cartooneske trekken. Reeds in Dasveldts eigen tijd werden ze dan ook beschreven als “geestig.” Het gemoed van de hond is hierdoor gemakkelijk herkenbaar: linksboven is tevreden, rechtsboven blaft, rechtsonder kijkt boos en linksonder kijkt wat sip.
De spaniëls, vermoedelijk drie studies naar dezelfde hond, vertonen een opvallende gelijkenis met andere werken van Dasveldt, grotendeels ook vellen met meerdere tekeningen van honden. Zo is de kop linksonder te vinden op een tekening in het Koninklijk Musea te Brussel (inv. nr. 4060 / 1004). De blaffende hond rechtsboven lijkt in spiegelbeeld te zien op een andere tekening in datzelfde museum (inv. nr. 4060 / 1005).
Bladen als dit waren vermoedelijk bedoeld als studies, aangezien van Eynden ze reeds tijdens Dasveldts leven “Studie-Teekeningen” noemde. Hun bedoeling als studievellen wordt mede gesuggereerd door het feit dat de honden op deze tekeningen soms ook op schilderijen voorkomen. Elk van Dasveldts contemporaine biografen vermeldt de kwaliteit en gewildheid van juist zijn tekeningen, die populairder waren dan zijn landschapsschilderijen.
( Nina Reid)