Ko van Dijk SR.
Acteur
Amsterdam, 26 maart 1880 – Schoorl, 23 mei 1937
Ko van Dijk sr. Stamde uit een toneelfamilie. Het liefst was hij koetsier of zeeman geworden, want hij wilde “niet voor pias spelen”. Maar toen hij 14 jaar oud was ging hij toch naar de Toneelschool te Amsterdam. Aansluitend kreeg hij een contract bij de KVHNT, waaraan hij de langste tijd van zijn loopbaan verbonden was. Zijn eerste grote prestatie was Cassius in Shakespeare’s Julius Ceasar. Hij had deze rol aan Louis Bouwmeester te danken, die de regisseur eigenmachtig opdracht had gegeven deze rol aan Van Dijk toe te kennen. “Nu zien wij, welke richting uw talent uitgaat!”, had de regisseur hem na de voorstelling toegeroepen. Sindsdien kreeg hij bij dit gezelschap voornamelijk klassieke rollen te spelen, ‘breede’ rollen noemde hij ze zelf. Na een intermezzo bij Willem Royaards en Louis de Vries kwam hij in 1918 bij het Schouwtooneel in Haarlem terecht. Daaruit ontstond in 1933 het Nieuwe Schouwtooneel, waarover Van Dijk sr. en Frits Bouwmeester tot 1937 de leiding hadden. Bij dit gezelschap heeft zijn talent zich nog het meest ontwikkeld. Zijn spel werd gekenmerkt door routine en temperament. Toen hij de titelrol van IJsbrandt speelde, kwam de schrijver Frederik van Eeden later naar hem toe en zei: “Het is mooi geweest. Je hebt toevallig intuïtief gevat, want langs banen van redeneering is IJsbrandt niet tot U gekomen.” Bij het Schouwtoneel vierde Van Dijk als Arvick zijn vijfentwintigjarig jubileum met Als de jonge wijn bloeit van Björnson. Een criticus die blijkbaar zeer op hem gesteld was gaf in een recessie een aardige beschrijving van zijn talent: “Scènes waarin Van Dijk optreedt, krijgen altijd weer leven en kleur, door zijn gloedvol spel, ook al is heel de omgeving dood.” ( Liesbeth van Stekelenburg)