Rond het midden van de jaren zeventig lijkt Dirk Wesseling (1899-1984) een fascinatie opgevat te hebben voor vervallen huizen en oude achtergevels in het centrum van Amsterdam. Dit schilderij toont de zijgevel van een gesloopt pand, in een samenspel van vormen en lijnen. Er zijn drie silhouetten zichtbaar van plaatsen waar eerst trappen tegenaan hebben gezeten. De trap van de begane grond naar de eerste verdieping van het pand is het grootst. De eerste en tweede verdieping kennen een lager plafond en dus ook minder langer trappen. In een hoek lijken zich een raamkozijn en de post van een deur te bevinden, zichtbaar lijdend onder het zware gewicht van de muur. De grijs- en aardetinten verraden de aanwezigheid van bouwmaterialen als stucwerk, hout en bakstenen. ( Sarah Remmerts de Vries)
In de jaren ’70 is Dirk Wesseling getuige van de transformatie van de stad. Hij legt gedeeltelijk gesloopte panden vast voordat ze verdwijnen en er op de open plekken nieuwe stedenbouwkundige projecten worden gerealiseerd. Wanneer de metro wordt aangelegd als verbinding tussen het centrum en de nieuwe Bijlmermeer moet een deel van de bebouwing rondom de Nieuwmarktbuurt wijken. Wesseling maakt verschillende schilderijen van die buurt. ( Anneke van de Kieft)