waarborgteken binnenzijde deksel koffiekan/schenktuit melkkan/voet gebaksc: A: Minervakop met letter A
: Minervakop met A= keurkamer Amsterdam
inv.nr. KA 3983 t/m KA 3986
Vierdelig koffie- en theeservies bestaande uit koffiekan, theepot, melkkan en schaal. Koffiekan met peervormig lichaam op standring. Parelrand langs standring en bovenzijde lichaam. S-vormige tuit en C-vormig gedoornd oor van hoorn in zilveren vattingen. Halfbol deksel, dekselknop met parelrand en dennenappel. Theepot met bolvormig lichaam op standring. Parelrand langs standring en bovenzijde lichaam. S-vormige tuit en C-vormig gedoornd oor van hoorn in zilveren vattingen. Vlak deksel, dekselknop met ring, parelrand en dennenappel. Melkkan met eivormig lichaam op standring, C-vormig gedoornd oor en schenktuit, de aanzet met pegelvormig ornament. Koffiekan, theepot en melkkan met parelrand langs standring en bovenzijde lichaam. Ronde schaal met platte, zich verjongende voet en gewelfde wand met uitbuigende rand. Parelrand langs voet en rand.
Origin
Legaat van J.W.E. vom Rath, Amsterdam, 1940
Keywords
, , , ,
10471
Catalogue silver collection AHM 2003
Dit uit verschillende onderdelen samengestelde en uit verschillende jaren daterende servies is een voorbeeld van de hernieuwde belangstelling voor de Lodewijk XVI-stijl in het laatste kwart van de negentiende eeuw. De schaal - vervaardigd voor 1873, het sterfjaar van Jacob Daniël Arnoldi - is hiervan zelfs een vroege exponent. Zeer geliefd was glad onversierd zilver dat met een enkel parelrandje was versierd. Men inspireerde zich daarbij op laat achttiende-eeuwse voorbeelden, zoals een aan Dirk Evert Grave toegeschreven bouilloire op komfoor uit 1786 en een vier jaar later door Jan Buijsen vervaardigde tafelbel (cat.nrs. KA 18143, KA 3687). Verwante laat negentiende-eeuwse serviezen, vervaardigd in de zilverfabrieken van Van Kempen te Voorschoten en Begeer in Utrecht, bevinden zich in de verzameling van de Stichting Van Kempen en Begeer Museum te Zoetermeer en in particulier bezit (Mensen 1975, p. 62 afb. 72, 73). Zie: Inleiding Vreeken, p. X.