Een paar ruitersporen, bestaande uit een linker en een rechter spoor, beide met U-vormige hiel, aanzetstuk met achtpuntig rad en scharnierende gesp.
Origin
Verzameling W.J.R. Dreesmann, Amsterdam; veiling Frederik Muller, Amsterdam, 22/25-3-1960, nr. 582; aangekocht door de Stichting Amsterdams Historisch Museum, waarvan in bruikleen sedert 1960
Keywords
30593
Catalogue silver collection AHM 2003
Ruitersporen als deze waren voornamelijk bedoeld om mee te pronken. Exemplaren van staal of koper waren sterker en praktischer bij het paardrijden. Waarschijnlijk heeft Johannes Pluymers I in 1775 een compleet paar geleverd, waarna de rechterspoor in het ongerede is geraakt. Ruim twintig jaar later zal Daniël le Feber het ontbrekende exemplaar hebben bijgemaakt.
Vanaf het laatste kwart van de achttiende eeuw werden zilveren voorwerpen als rijzwepen, roskammen en ruitersporen als prijs uitgeloofd bij kermissen, draverijen en paardenmarkten (Wishaupt 1978, p. 265; Wttewaall 1994, p. 320). Hoewel betrekkelijk zeldzaam, zijn soortgelijke sporen in verschillende Nederlandse museale en particuliere verzamelingen overgeleverd (Szénássy 1978, p. 125 nr. 219; Wttewaall 1994, p. 317 afb. 962, 963; Van den Bergh-Hoogterp 1997, p. 389 nr. 204).
Amsterdam Museum, bruikleen Stichting Genootschap Amsterdam Museum