opschrift bovenzijde doek: PMBRINKBOER.HM.IP.: naam borduurster, initialen onbekend
opschrift in bloemenkrans, bovenzijde middenas: HB / GP: Hermanus Brinkboer, vader van borduurster
Geertruida Maria Henriëtta Parré
opschrift links en rechts van bloemenkrans op middenas, onder kronen: MT / MM: Moeder Termaat en Moeder Momma, regentessen
opschrift onder de hondjes links en rechts: MM / MG: Moeder Momma, Moeder Groenewegen, regentessen
opschrift links en rechts, onder bloemenkrans op middenas: JCR / NvL: onbekend
: de initialen JRC en NvL, komen in combinatie met MM en ES ook voor op vergelijkbare merklap van Cornelia Kalff, KA 19349
opschrift onder het stadwapen van Amsterdam, op middenas: MM / ES
opschrift tegen de onderrand van de doek: AN / 18 / 97 / NO
inv.nr. KA 14801 in depot
Vervaardigd in het Weeshuis der Nederduitsch Hervormde Diaconie, Amsterdam
Trefwoorden
125473
Dit kleine doekje is gemaakt door Philipine Maria Brinkboer. Ze wordt op 11 juli 1882 in Amsterdam geboren uit het huwelijk van Hermanus Brinkboer (1840-1892) een machinist uit Amsterdam en Geertruida Maria Henriëtta Parré (1845). Dit huwelijk vindt plaats op 26 september 1872. Het paar krijgt zeven kinderen: drie jongens en vier meisjes. Philipine is de op één na jongste in het gezin. Haar broer Hermanus sluit de rijen in 1884. Op 25 februari 1892 verschijnt er een advertentie in de het Dagblad van Zuid-Holland, editie ’s-Gravenhage: Hermanus is na een langdurig doch geduldig lijden overleden. Zijn weduwe is Catharina Femmina Eggelté (1845). Hermanus is hertrouwd. Dit huwelijk vond op 4 juni 1885 plaats. Dit betekent dat de moeder van Philipine kort na 1884, begin 1885 is overleden. Philipine is dan nog een peutertje van amper twee jaar. Ze is tien als haar vader overlijdt. Dat is mogelijk het moment waarop Philipine en Hermanus in het Weeshuis van de Nederduitsch Hervormde Diaconie geplaatst worden. Dit weeshuis van de Diaconie bevond zich aan de Binnen Amstel, op de hoek van de Zwanenburgwal en de Zwanenburgstraat. In 1888 werd het pand afgebroken vanwege bouwkundige gebreken. Een nieuw onderkomen herrees op dezelfde plek. Een eeuw later moest het wijken voor de Stopera. Het tehuis was, zoals de naam al doet vermoeden, bestemd voor kinderen met een gereformeerde achtergrond. Hoe het Philipine verder is vergaan is niet bekend. Ze overlijdt op 20 maart 1947 in Ermelo. Het borduurlapje dat Philipine in 1897 in het weeshuis heeft voltooid meet 22,5 bij 21,5 cm. Ze werkte met donkerrood zijden garen op katoen. Het draagt de signatuur van het Diaconie-weeshuis. Ze heeft niet alleen de initialen van haar ouders in de bloemenkrans verwerkt, maar, over de doek verspreid, ook de deels gekroonde en groter uitgevoerde initialen van de vier regentessen. Deze dames van goeden huize werden moeders genoemd. De tweede letter verwijst naar hun achternaam. Wat dit werkje bijzonder maakt is dat het dubbelzijdig is. Deze manier van borduren leent zich uitstekend voor het merken van linnengoed, dat aan beide zijden gezien moest kunnen worden. De voor- en achterzijde van de doek zijn vrijwel identiek, zonder zichtbare aan- en afhechtingen. Een knap staaltje borduurwerk.