signatuur/datering in het midden op klapdeksel bovendeel: MEINCKE ET PIETER MEYER FECERUNT/ OP 'T ROKKIN TE AMSTERDAM: in sierletters op zwart ovaal
inv.nr. KA 17814.1/2
Rechthoekige tafelpiano bestaande uit een bovendeel en een nieuw gemaakt onderstel
Trefwoorden
23944
Tentoonstellingstekst
De fortepiano is de voorloper van de hedendaagse piano en vleugel. Bij dit instrument worden de snaren aangeslagen door met vilt bekleedde hamertjes. Via een mechaniek zijn deze met de toetsen verbonden. De bespeler kan aldus het volume beïnvloeden, vandaar de naam forte/ piano (hard/ zacht). na omstreeks 1700 te zijn ontwikkeld in Italië, werd de fortepiano in de tweede helft van de achttiende eeuw populair in geheel Europa. De gebroeders Meincke en Pieter Meyer gelden als de belangrijkste fortepianobouwers in Nederland. Vanaf 1779 hadden zij een atelier in Amsterdam. Deze kleine fortepiano - een tagelpiano van vijf octaven - werd door hen omstreeks 1790 gebouwd.
Kenmerkend voor een pianoforte is dat de snaren met een ‘hamer’ worden aangeslagen en daardoor luider klinken dan bij het getokkel van een klavecimbel. Het instrument is rondom ingelegd met een rand van buxus- en ebbenhout. De voorzijde, met in een ovaal de namen van de instrumentmakers, is van esdoornhout. Het onderstel is een kopie van het te kwetsbaar origineel. De werkplaats van de gebroeders Meyer was gevestigd aan het Rokin. Zij waren in hun tijd de bekendste pianobouwers in Amsterdam.