opschrift bovenkant, één regel: C.G.KALFF.P.K.RK.HK.JK: Naam van borduurster, intialen van broers van borduurster, respectievelijk: Paulus, Rijk, Hendrik en Jan Kalff
opschrift binnen cartouche, boven op middenas: RK / CK: initialen van Rijk Kalff, vader van borduurster en van Cornelia Kleijn, moeder van borduurster
opschrift in vier denkbeeldige hoeken rondom stadswapen, kloksgewijs: MM / MM / MG / MH: MM: moeder Momma/moeder Matthes
MM: moeder Matthes/moeder Momma
MG: moeder Hoffman (?)
MH: moeder Groeneweg
opschrift boven gestilleerde boompjes, links en rechts van stadswapen: JCR / NvL: onbekend, vermoedelijk personeel, initialen komen ook voor op doek van Philipine Brinkboer (KA 14801)
opschrift onderste rij, links en recht van herten, tegen kantlijn: AN19 / 01NO: jaartal voltooiing doek
: de N is in spiegelbeeld geborduurd.
opschrift links en rechts van bloemenmand, onderste regel: MM / ES: onbekend, vermoedelijk personeel, initialen komen ook voor op de doek van Philipine Brinkboer (KA 14801)
inv.nr. KA 19349 in depot
Vervaardigd in het Weeshuis der Nederduitsch Hervormde Diaconie, Amsterdam
Trefwoorden
Cornelia Geertruida Kalff wordt op 14 april 1887 in Amsterdam geboren. Ze is de dochter van de in Den Helder geboren schilder Rijk Kalff (1846-1897) en Cornelia Geertruida Klein (1891). Haar ouders trouwden in 1876. Het paar mocht een groot aantal kinderen verwelkomen: vijf jongens en drie meisjes. Cornelia behoorde tot de kleintjes. Als haar vader in 1898 overlijdt - nadat zijn vrouw hem in 1891 al is voorgegaan - wordt de verweesde Cornelia, twaalf jaar, oud in het Weeshuis der Nederduitsch Hervormde Diaconie in Amsterdam geplaatst. Het handwerkonderwijs van de Diaconie stond, net als dat van het Burgerweeshuis, in hoog aanzien en Neeltje was een ijverige leerling. Het museum bewaart het resultaat van haar noeste arbeid: een borduurlap, twee letterlappen en vier stoplappen. In 1910 luiden de bruidsklokken; Cornelia wordt de echtgenote van Gerard Reinier Visser (*1881). Zij krijgen samen een dochter en een zoon en een schare klein-en achterkleinkinderen getuige de rouwadvertentie in De Telegraaf op 9 januari 1981. Een dag daarvoor is Cornelia in Lochem heengegaan, op de respectabele leeftijd van 93 jaar. Het handwerk wordt door haar dochter Cornelia aan het museum geschonken, waar het dankbaar aanvaard wordt.
Amper veertien jaar oud overtreft Cornelia zichzelf met dit rode en volledig symmetrisch uitgevoerde borduurlapje. Het opent met een tekstregel waar ze haar eigen naam en paarsgewijs de initialen van haar broers Paulus, Rijk, Hendrik en Jan Kalff op achterlaat. De doek is aan vier zijden met een opengewerkt randje afgewerkt. Eenzelfde randje scheidt de tekstregel van het met motieven gevulde deel. Een bloemenkrans in het midden van de bovenste ‘leesregel’, draagt de initialen van haar ouders, Rein en Cornelia, respectievelijk Kalff en Klein met links en rechts twee grote op ijskristallen lijkende sterren. Daaronder, in het midden van de tweede regel en het midden van de doek is het stadswapen van Amsterdam in volle glorie uitgewerkt, met grote kronen boven de koppen van de leeuwen. Ze worden geflankeerd door twee paar hondjes. Op de derde en laatste regel keren twee opspringende herten zich naar een grote orenmand vol bloemen. Ook de initialenparen zijn volgens de regels van de symmetrie over de doek verspreid. Opvallen zijn de vier grote paren, die alle vier met een hoofdletter M beginnen. Deze initialen behoren de vier regentessen van het weeshuis toe. Dames van goeden huize, die moeder genoemd worden. In de hoeken sluit Cornelia af met het jaar waarin de doek voltooid is: AN19 en 01NO. De tweede N gespiegeld aan de eerste. Dit heeft niets met een “schrijffout” te maken, maar alles met het doorvoeren van de symmetrie. Wat dit doekje zo verrassend maakt is dat het dubbelzijdig is. De voor- en achterzijde van de doek zijn vrijwel identiek, zonder zichtbare aan- en afhechtingen. Deze manier van borduren leent zich uitstekend voor het merken van linnengoed, dat aan beide zijden gezien moest kunnen worden. Een meer dan knap staaltje borduurwerk!
(Suzette van 't Hof)