Begrafenisschild van het St. Joosten- of Korenmetersgilde, 1633
opschrift op cartouche onder schild: COOREN METERS
merk op haak: AMSTERDAM: stadskeur Amsterdam
merk op haak: B
: B=1633
meesterteken op haak: hart
: Johannes Lutma I
: Voet 1912, nr. 32; Citroen 1975, nr. 954, 955; Voet gebaseerd op deze objecten
inv.nr. KB 1378 te zien in Amsterdam Museum aan de Amstel
Cartouchevormige plaat met een medaillon waarin een gedreven voorstelling van een korenmeter, staand voor een korenveld. Naast hem graan, een gevulde korenmaat en een strijkstok. De figuur houdt in zijn linkerhand een schep, met zijn andere hand op de achterzijde van de bak de gemeten hoeveelheid graan aantekenend. Schild toont de korenmeter schuin op de rug. Rand opgebouwd uit kwabornamenten met maskerachtige vormen in het midden van onderzijde. In de bovenrand is het gekroonde wapen van Amsterdam opgenomen, in de onderrand een korenmaat met stok.
Links- en rechtsboven een stok en een korenmetersschep, de laatste uit de rand stekend. Onder schild zijn twee kettingen waaraan een met kwabornamenten versierde banderol met opschrift: COOREN*METERS/. Opschrift op een geruwde ondergrond.
Herkomst
Vervaardigd voor het Korenmetersgilde, Amsterdam, 1633; hoofdlieden van de Korenwegers- en Korenmeterscorporatie, Amsterdam, 1890; verzameling D. Franken Dzn., Le Vésinet, 1896; geschenk van D. Franken Dzn. aan het Rijksmuseum, Amsterdam, 1896 (4 exemplaren); bruikleen van het Rijksmuseum, Amsterdam, 1975 (2 exemplaren)
Trefwoorden
, , ,
30874
Tentoonstellingstekst
Wanneer een korenmeter was overleden, werd zijn grafkist door de gildebroeders naar het graf gedragen. De baar was bedekt met een zwart kleed, waaraan zilveren schilden waren bevestigd.
Catalogus zilver AHM 2003
De twee exemplaren in het Amsterdams Historisch Museum maken deel uit van een reeks van vier, bestaande uit twee verschillende paren. Het andere paar bevindt zich in het Rijksmuseum te Amsterdam en vertoont een - eveneens vanuit een verschillend standpunt weergegeven - voorstelling van een korenmeter die een gevulde korenmaat met een lat afstrijkt (De Lorm 2001~2, p. 36-37 nr. 9).
Tot 1589 behoorden ook de korenmeters tot het St. Joosten- of Korendragersgilde. Daarna verenigden zij zich in een eigen gilde, waartoe in 1654 ook de korenzetters toetraden. In tegenstelling tot de korendragers werden de meters - in verband met hun verantwoordelijkheden met betrekking tot accijnzen - van stadswege aangesteld. De bij de graanhandel betrokkenen werkten nauw samen. De korenzetters moesten de maat recht zetten en houden, terwijl de korendragers er het graan in schepten of stortten, waarna het door de korenmeters afgestreken en afgemeten werd. De korenmeters kwamen bijeen in het nu nog bestaande Korenmetershuisje aan de Nieuwezijds Kolk (Van Eeghen 1951, p. 65).
Het ontwerp van de omlijsting van de schilden, of althans een zeer verwante cartouche, is later verspreid via de prentserie 'Verscheide Snakerijen', die in 1654 door Jacob Lutma, de zoon van Johannes Lutma, werd uitgegeven. Deze uitgave bevat een reeks in kwabstijl ontworpen cartouches, die in de Nederlanden veel navolging kregen. Niet alleen is de invloed zichtbaar in prenten en zilveren voorwerpen, maar ook in de architectuur, waar zij als raamomlijstingen werden toegepast (De Lorm 2001~2, p. 36, afb. 9a).
Zie over het St. Joosten- of Korendragersgilde: cat.nr. KA 6592 t/m KA 6595, tevens over functie en gebruik van begrafenisschilden.
Zie voor andere begrafenisschilden van dit gilde: cat.nrs. KA 6592 t/m KA 6595, KA 6596 t/m KA 6599, KA 6588 t/m KA 6591.
Zie voor soortgelijke schilden van andere Amsterdamse ambachtsgilden: cat.nrs. KA 13976 t/m KA 13979, KA 3698 t/m KA 3701, KB 1361 t/m KB 1364, KA 8058, KA 7458. Zie inleiding Vreeken, p.x.