opschrift aan de bovenzijde, links en rechts van krans en engelen: ANNO / 1789: jaar voltooiing doek
opschrift op de middenas, in de krans met engelen: GRIS of GKIS
: mogelijk is de bovenzijde van de R een oversteekje van de draad aan de achterzijde
inv.nr. 146 in depot
Herkomst
Object(en) afkomstig uit het nalatenschap van Baukje Jelles. De nalatenschap kwam in eerste instantie terecht bij haar neef ir. E.J. Jelles, bouwkundig architect te Bentveld. Sinds zijn overlijden beheert zijn zoon, de heer A.G. Jelles, de nalatenschap van zijn oudtante. In opdracht van zijn moeder, mevrouw Nynke Schepers, heeft Vimal Korstjens in 2008/2009 onderzoek gedaan naar Naukje Jelles (zie art. in Ons Amsterdam). Daarbij heeft ze de opdracht gekregen de nalatenschap zo goed mogelijk ergens onder te brengen, opdat het werk van Baukje Jelles niet in vergetelheid zou raken.
Trefwoorden
138096
Deze borduurlap is afkomstig uit de nalatenschap van Baukje Catharina Jelles (25 mei 1892, Anna Paulowna- ca. 1979, Haarlem). Ze was lerares nuttige en fraaie handwerken aan huishoud- en industriescholen in Rotterdam, Amsterdam en Haarlem. Zij behaalde in 1911 de akte van bekwaamheid voor huis- en schoolonderwijs in nuttige handwerken, in 1912 gevolgd door de akte voor fraaie handwerken. Een jaar later behaalde zij de akte van bekwaamheid in handtekenen. Door de jaren heen was ze aan verschillende instituten verbonden. Zij was tot ca. 1939 aan de Industrieschool voor vrouwelijke jeugd in Amsterdam werkzaam en daarnaast vanaf 1927 tot 1957 aan de Amsterdamse huishoudschool. In 1953 publiceerde zij haar boek “Ik kan handwerken”, een boek dat vele malen werd herdrukt. In 1967 verscheen een vernieuwde en uitgebreidere druk onder de titel “Het grote handwerkboek”. Na veertig arbeidzame in het nijverheidsonderwijs ging Baukje met pensioen. Ze werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
De herkomst van de doek is onbekend. Dat geldt ook voor de naam van de borduurster. In een gekroonde, door engelen gedragen krans, heeft zij haar initialen achtergelaten: GRIS. Mogelijk is ze uit Friesland afkomstig. Haar borduurlap meet 33 x 33,5 cm en is daarmee van middelgroot formaat. Ze werkte in kruissteek, met borduurzijde op los geweven linnen.
(Suzette van 't Hof)