Twee-delige japon of Robe à la Française van lichtgroene zijde met ingeweven strepen- en bloemmotief in wit, roze en rood. De japon bestaat uit een iets slepende overjapon en bijpassende rok.
De overjapon heeft een vierkante hals. De voorpanden lopen van de schouder tot aan de zoom. Langs hals en voorpanden versierd met een opgenaaide strook stof die naar de zoom toe breder uitloopt. Deze strook is langs hals en lijfje in platte stolpplooitjes en langs het rokgedeelte in bouillones opgenaaid (in dik opgevulde kussentjesvorm). Langs het rokgedeelte is een passement in roze en groen.
Het lijfje heeft tussen de voorpanden twee ingezette pandjes (compères), die middenvoor sluiten met twaalf koperen haken en ogen. De pandjes vallen iets over de taille. Rechte mouwen tot op de elleboog. Onderaan zijn twee uitwaaierende mouwstroken genaaid (engageantes), gevoerd met witte zijde. De bovenste strook is als in een brede band gerimpeld op de mouw vastgezet. De mouwstroken zijn onder en boven afgezet met hetzelfde passement in roze en groen.
Het rugpand loopt door van hals tot zoom. Het is bij de hals vastgezet in twee dubbele stolpplooien (pli watteau). Onder de zijnaden van het lijfje in de taille is extra wijdte aangeknipt en weggewerkt in platte plooien. In het midden daarvan is een zaksplit.
Het lijfje en de mouwen zijn gevoerd met geruit linnen in blauw, wit en bruin. Middenachter op de rug is de voering geopend en kan met een rijgveter door nestelgaatjes gesloten worden. Het rokgedeelte van de overjapon is gevoerd met roze zijde. De zoom is verstevigd met een rand roze gesteven en geglanst linnen.
Vermaakt: De japon is zeer waarschijnlijk vermaakt bij het lijfje, maar het is lastig te zien waar precies. Zo lijken de mouwen erg wijd in verhouding tot het lijfje.
De groen met roze robe à la française - met de voor dit model japon typische platte plooien op de rug die vanaf de schouders uitwaaieren - heeft een voor de jaren 1770-’75 modieuze streep. Stoffen waren kostbaar en japonnen werden lang bewaard en zonodig aangepast aan het figuur of vermaakt naar een nieuwe mode. De binnenkant en zijkanten van het lijfje vertonen sporen van aanpassing. Het lijfje is uitgelegd en losser gemaakt, de rok is ingekort en opnieuw geplooid. Aan het model zelf is niets veranderd. De roze japon is, aan het naaisel te zien, rond 1900 grondig verknipt en vermaakt. Van het oorspronkelijke robe à l´anglaise-model - waarbij de plooien op de rug in een diepe punt zijn vastgezet - is weinig meer over. Het is niet onwaarschijnlijk dat de japonnen na het eerste gebruik later opnieuw zijn gedragen op een gekostumeerd bal.
In de negentiende eeuw waren deze bals, waarbij de genodigden historische kostuums droegen, een populair tijdverdrijf. Geliefd waren de modellen uit de twee voorgaande eeuwen, de periode waarin de Franse hofmode met wijde afgeplatte rokken de toon aangaf.
Met name in Engeland werd grootschalig uitgepakt op gekostumeerde feesten. Ook Amsterdam heeft zijn feesten gekend. Het besloten gezelschap Het Casino (1816-1934) organiseerde regelmatig bals, waaronder gekostumeerde bals. De leden behoorden tot de upper class van Amsterdam. Ook particulieren organiseerden gekostumeerde feesten, zoals de kunstverzamelaar Abraham Willet (1825-1888). Een prent toont verklede en feestende mensen in de balzaal van zijn huis aan de Herengracht 605 (momenteel Museum Willet-Holthuysen). ( Annemarie den Dekker)
Deze nog zeer goed uitziende japon bestaad uit een overjapon en een losse rok, die in het middel gerimpeld is. Op de rug de naar beneden vallende plooien, de plis wateau.
De vertikaal gestreepte stoffen kwamen in de mode (ook voor de herenkleding) in de late 'rococo-periode', de tweede helft van de 18de eeuw. Het modebeeld moest een landelijke sfeer oproepen.